Ondernemers in Coehoorn: Tom Kortbeek

Het Art Officials team (2016). Tom Kortbeek, 4e van links.

Coehoorn Centraal is met zo’n 80 creatieve ondernemers een van de grotere broedplaatsen van Nederland. In panden die van buiten nog ogen alsof er sinds de start van het project niets is veranderd, werken dag in dag uit bijzondere ondernemers aan mooie en innovatieve producten en diensten.
Graag stellen we in deze blog zo’n ondernemer aan je voor: Theatermaker en meer, Tom Kortbeek.

Een klein hokje zonder verwarming en internet
Tom is als een van de eerste geland in Coehoorn Centraal. Dat was begin 2014: ‘Ik ben in januari jarig en ik weet nog hoe ik met een taartje hier om verschillende redenen feest vierde.‘ Tom sprak in het begin met Paul de Bruijn over zijn ideeën die hem vertelde van toen nog vage plannen voor Coehoorn. Tom begon met Stefanie Hesseling in ‘het kleine hokje in CC2, zonder verwarming en internet‘, herinnert zich Tom.
Tom komt uit de Achterhoek, waar hij theater heeft gedaan en musicals gespeeld. Na zijn VWO-opleiding besloot Tom theater-, film- en televisiewetenschappen in Utrecht te gaan studeren, nog in de veronderstelling dat het niet te theoretisch kon zijn. Dat bleek dus toch het geval. ‘Ik voelde wel dat ik niet enkel wilde praten, maar ook wilde maken. Ik ben toen conservatorium gaan doen bij ArtEZ. Na mijn afstuderen was de vraag blijf ik hier in Arnhem of ga ik weg? Het werd voorlopig Arnhem, waar ik al een netwerk in de muziek- en theaterwereld had opgebouwd.

Na afstuderen ben je alle faciliteiten kwijt
Waar Tom zich aan stoorde was dat bij het zetten van de handtekening onder het diploma, alle faciliteiten van de opleiding je worden afgenomen. ‘Toen dacht ik, eigenlijk moet er een plek zijn waar je je na je studie ook nog (verder) kan ontwikkelen, waar je met andere mensen over creatieve maakprocessen kan nadenken en daar stappen in kunt zetten.‘ En via Peter Groot en Paul de Bruijn, beide initiatiefnemers van Coehoorn Centraal, kwam Tom in contact met het project Coehoorn Centraal.
De masterclass ‘Blikwisseling’* waarin kunstenaars en ‘techneuten’  samenwerkten, was voor Tom een eye-opener. Het zou hem aanzetten die werelden in zijn werk actief te gaan verbinden.
Op zoek naar geschikte plekken om te experimenteren kwam Tom in Coehoorn uit. Het zou uiteindelijk uitgroeien tot wat nu KunstLAB Arnhem is gaan heten.

‘Ik moet kunst ook aan mijn vrienden in de Achterhoek kunnen uitleggen’

Kunst moet je kunnen uitleggen
Tom hecht eraan dat wat hij in en met kunst doet, uit te kunnen leggen aan zijn vrienden in de Achterhoek, ‘dat zij dat ook vet vinden.‘ Voor Tom is het van belang dat kunst en wetenschap wat zij doen als bedenker van nieuwe concepten en aandrager van oplossingen ook actief uitdragen.
In 2010 kwamen de grote bezuinigingen in de cultuur van €200 miljoen. ‘Ik moest toen net een essay voor mijn opleiding schrijven en bedacht me dat zo’n bezuinigingsronde eigenlijk niet zo heel slecht is, omdat het ook een hoop luiheid in het systeem wegneemt. Kunst is niet belangrijk omdat het belangrijk is, maar je moet ook actief uitleggen waarom dat zo is.‘ Zeker is er veel persoonlijke schade ontstaan, aldus Tom, maar er heeft zich een ‘refreshment’ voorgedaan.

En toen Coehoorn
Tom heeft bij aanvang in Coehoorn zijn ambities breed geformuleerd. Zo dacht hij aan het opzetten van projecten om te verbinden met de wijk, van maak- en vergaderruimtes, van flexplekken, samen met Coehoorn Centraal het pand CC2 een goede plek geven. ‘Dat was te breed. Wat ik heb geleerd is dat het oorspronkelijk idee van het opzetten van ruimte voor oefenen en experimenteren nu via een omweg aan het gebeuren is.
De gedachten gingen steeds meer in de richting van het verbinden van kunst en techniek, later kunst en wetenschap. Toen ontmoette Tom Roos Meerman wat leidde tot de ontwikkeling van het Tactile Orchestra. ‘De eerste vorm zag er wel aardig uit, mooi concept ook, maar het klonk verschrikkelijk‘. Hier waren meerdere disciplines voor nodig om tot een goed product te komen.
Met de oprichting van Art Officials, waar we een kunstproject omzetten in een concreet en verkoopbaar product.

‘Ik geloof in het werken met een stip op horizon, maar met een openheid voor de eerste stappen die je zou kunnen doen.’

Toeval met een stip op de horizon
Voor Tom is belangrijk om te weten waartoe iets waaraan je werkt moet leiden, de beroemde ‘stip op de horizon’. Maar je moet wel open blijven staan voor wat je onderweg tegenkomt, zaken die je daar zouden kunnen brengen. Bij een strakke planning sluit je ervaringen onderweg uit, en met alles los te laten kom je nergens.
Wat ik aantrekkelijk vind aan het werken in Coehoorn is dat hier veel ondernemers zijn die weten waarvoor ze het doen (de stip), maar wel bereid zijn om met elkaar steeds te zoeken naar nieuwe vormen en mogelijkheden om daar te komen. En dat heb je met elkaar gewoon nodig.
Wat Tom in Coehoorn zo heeft geholpen is de soepele overgang van de ene (kleine) naar de andere (grotere) ruimte. Zo kon Coehoorn zijn groei faciliteren zonder dat Tom met zijn activiteiten naar elders moest verhuizen waardoor zijn netwerken op een grotere afstand kwamen te staan. ‘Wij zijn in die paar jaar in Coehoorn Centraal in stappen gegroeid van 4m2 naar 300m2. Als we steeds door de stad (of erbuiten, red) hadden moeten verhuizen had ons dat veel tijd en geld gekost.

‘Veel mensen zullen over Coehoorn gedacht hebben, laat ze maar lullen, ik moet het nog zien. Maar het lijkt toch mooi te gaan lukken.’

Ruimte laten als cultuurelement
Tom spreekt van een specifieke sfeer in Coehoorn gericht op samenwerking en open staan voor hulp aan elkaar. Dat is geen toeval, zo stelt hij. ‘Het is zeker ook te danken aan de houding van Peter en Paul (initiatiefnemers, red.). Zij weten heel goed waar ze naar toe willen, maar laten de ondernemers alle ruimte door te stellen niet alles voor hen te regelen of te betalen. Soms wat scary, maar zo hou je de ondernemers over die ook daadwerkelijk iets gaan doen. Zij werken met een lange-termijnvisie waarvan veel mensen gedacht zullen hebben, laat ze maar lullen, ik moet het nog zien. Maar het lijkt toch mooi te gaan lukken.

De magie van het ‘bespelen’ van het Tactile Orchestra.

Van kunst naar product
Het stoeien met materiaal waarin aanraken en geluid is een vorm van kunst. De stip op de horizon was echter een vorm van participatie van het publiek. Maar hoe doe je dat? Door overleg met anderen met verschillende invalshoeken kom je tot totaal nieuwe inzichten. Zo ontwikkelde het Tactile Orchestra zich tot ‘Kozie’, een kussen dat in zorgsector op grote belangstelling stuit. Dit kussen kan bij aanraking muzikale herinneringen, maar ook gespreksmomenten reproduceren. Een kansrijke toepassing lijkt gevonden bij dementerenden, die door aanraking van het kussen, oude geluiden en stemmen terug kunnen horen. Met het concept van Kozie won Art Officials de Pleyade Design Contest 2016. De verwachting is dat het kussen dit jaar nog op de markt komt.
We zijn echter geen zorgproducenten, dat willen wij ook niet zijn. Wij bedenken concepten’, aldus Tom. Coehoorn is door haar cultuur zeer geschikt voor dit soort innovatieve processen. Het gaat volgens Tom om ruimte: ‘de ruimte binnen, buiten (park) en die je met elkaar kunt innemen en die je hier krijgt om samen te komen.’

En Coehoorn na 2018?
De toekomst van Coehoorn ligt in de eerste fase om te komen tot nieuwe producten en diensten. Het gaat hier niet om het (grootschalig) produceren, aldus Tom. Wel om brainstorming, prototypes maken, iets om mensen mee te enthousiasmeren, maar ‘niet bedoeld voor een schaalbare industriële productie‘.
Voor het prototyping heeft Tom en zijn team ook een eigen werkplaats opgebouwd, dat is nodig om een idee tastbaar te maken en te testen op technische haalbaarheid. Wel acht Tom verbindingen met partijen die het vervolgproces kunnen ondersteunen van belang: kapitaal, marketing en productie.
Partijen van buiten Coehoorn moeten deze plek kunnen vinden. Dat betekent branding van Coehoorn als creatief collectief. De naamsbekendheid als economische zone kan sterker: ‘niet alleen de mensen die het moeten weten (die weten het al), maar ook mijn vrienden in de Achterhoek of de ‘reaguurders van De Gelderlander’ moeten weten dat het goed is voor Arnhem wat hier gebeurt.‘ Volgens Tom moet Coehoorn lessen trekken uit de kunstsector waar volgens hem te lang is gevonden dat kunst zich niet hoefde te verantwoorden. Dat keerde zich uiteindelijk tegen de kunst. ‘We komen er niet door te roepen, we doen hier belangrijke dingen, en als je dat niet ziet, is dat jouw probleem. Nee, het is ons éigen probleem. Wij als sector, of dat nou de kunst, de wetenschap of de creatieve sector is, moeten ons verbinden aan de buitenwereld en actief onze waarde tonen.’

‘In Arnhem kom ik sneller met andere dingen in aanraking en dat is inspirerend.’

Gaan we nog naar Amsterdam?
Voor Tom is Amsterdam geen serieuze optie geweest. Nou ja, erkent hij, op slechte momenten wel stilletjes even aan gedacht. ‘Ik denk vooral praktisch. Ik was nooit zo breed geïnteresseerd gebleven als ik naar Amsterdam was gegaan. Daar is het heel makkelijk om bijvoorbeeld binnen de podiumkunsten 24/7 met je specialiteit bezig te zijn, maar zo diep navelstarend, waardoor de rest echt niet meer weet waar je mee bezig bent.
Bovendien stoten de extreem hoge huren hem af. Een vriend van Tom werkt zich een slag in de rondte om de €700,00 per maand voor een hok van 10m2 te kunnen betalen. Hij kan zich amper meer creatieve speelruimte permitteren. ‘Ik betaal in Arnhem de helft voor 3 keer zoveel ruimte, voel minder druk, er is hier op veel vlakken meer ruimte en hou dus tijd over voor mijn lange termijnontwikkelingen.
En als ik in Amsterdam moet zijn, dan duurt dat 65 minuten met de trein. In New York is het heel normaal om minstens zolang in de metro te zitten en dan ben je enkel van de buitenwijk naar het centrum gekomen. Wat dat betreft is Amsterdam ook maar slechts een grote wijk van de stad Nederland. En Arnhem mijn kleine buurtje waar het fijn wonen en werken is.’

*een initiatief van Ella Hueting/Janne Reessink ism MIT.